SalvationInGod

maandag 20 februari 2017

De ontzagwekkende Dag van de HEERE, bekering en de profetische stem van de Kerk

Outline Woordverkondiging Joël 2:12-17, 19 februari 2017, uitgesproken op 19 februari 2017 in de Christengemeente Bruchem

Inleiding en context: Broeders en zusters, de Amerikaanse theoloog David Wells schrijft in zijn boek God in the Whirlwind het volgende:

“We zijn geneigd te denken dat God onze Therapeut is. Ons diepst verlangen is troost, genezing en inspiratie en dat zoeken we bij Hem. Dat is ook wat wij in onze samenkomsten als kerk willen beleven. We willen dat het vertroostend is, opbouwend, inspirerend en gemakkelijk te volgen. We willen niet dat de zondag (of misschien de zaterdagavond) een nieuwe werkdag is, een nieuwe last, iets dat inspanning en concentratie vraagt. In het weekend willen we vrijheid.
Het is dan ook niet moeilijk te zien, hoe deze tweeledige ervaring, deze tegenstelling, ons begrip van God gevormd heeft. Het doet ons smachten naar een god die dichtbij wil komen, die zachtjes loopt, die je vriendelijk aanraakt, die komt om te bemoedigen, bevestigen, vertroosten en leiden. Wij willen dat onze god ons accepteert en niet oordeelt.”

Wanneer we deze woorden op ons in laten werken, kunnen we de woorden van de profeet Joël in zekere zin naast onze tijd leggen. Het boek Joël laat ons zien wat er gebeurt als Gods volk hoogmoedig wordt en denkt dat God alles en iedereen zal oordelen, behalve dat volk zelf.
Wij lopen het gevaar, als christelijke kerk in de 21e eeuw, in exact dezelfde valkuil te trappen. Wij denken: God houdt toch wel van ons. Hij is toch wel genadig; Hij wil zó graag vergeven! Zijn trouw duurt voor eeuwig. En langzamerhand hebben wij een afgodsbeeld gecreëerd; een softe god, die op eieren moet lopen om ons vooral geen pijn te doen. Een liefdevolle god, die vooral onze pijn en wonden moet wegnemen. Een begripvolle god, die vooral naar ons moet luisteren. Een god die vooral zijn trouw aan óns moet bewijzen. Om het in één zin samen te vatten: wij willen een god, die vooral aan onze kant staat.
Maar dan komt daar een profeet. Joël is zijn naam. Wat weten wij van deze profeet? Eigenlijk heel weinig. De meeste informatie moeten wij uit het Bijbelboek met de gelijknamige titel halen. Hij wordt “Joël, de zoon van Pethuël” genoemd en zijn naam betekent “De HEERE is God”. Wie het boek Joël in zijn geheel leest, zal begrijpen waarom zijn naam recht doet aan zijn boodschap.
Het boek Joël kenmerkt zich doordat het vier specifieke thema’s voor het voetlicht brengt:

1. De naderende Dag van de HEERE
2. Een duidelijke oproep tot bekering
3. God Die in het midden van Zijn volk wil wonen
4. De belofte van het uitstorten van de Heilige Geest

Het tekstgedeelte dat wij met elkaar hebben gelezen, zit tussen de aankondiging van het oordeel en het herstel in. We lezen in Joël 2:12-17 de duidelijke oproep tot bekering. Het boek is zó gestructureerd, dat de oproep tot bekering is geplaatst tussen de aankondiging van Gods oordeel en de belofte van herstel van Zijn gelovige volk.
En laat ik hier direct bij zeggen dat deze drie elementen nooit, maar dan ook nooit los van elkaar gezien kunnen en mogen worden. Gods oordeel is onvermijdelijk en dat maakt bekering noodzakelijk. En het herstel zal nooit buiten bekering om plaatsvinden; dat maakt deze tekst ook zo ernstig!
Deze oproep tot bekering moet worden gelezen in het licht van vers 1-11; daar zien we hoe ontzagwekkend de Dag van de HEERE is. Met groot machtsvertoon zal God deze wereld oordelen. De profeet Joël waarschuwt sterk tegen de gemakzucht van Gods uitverkoren volk. En daar heeft hij alle reden toe, omdat we in hoofdstuk 1 kunnen lezen van een nietsontziende sprinkhanenplaag; de hele oogst wordt opgegeten. Er blijft werkelijk niets over om te oogsten. De profeet maakt duidelijk dat dit nog maar een voorproefje is van wat er zal gebeuren op het moment dat God deze wereld zal oordelen.

Toepassing: Gemeente, ik vrees dat de kerk in onze tijd zich veel te gemakkelijk overgeeft aan de gedachte dat, omdat zij het eigendom van God is, haar geen oordeel meer treffen zal. Mag ik u eens vragen: het woord “sprinkhanenplaag”, waar doet u dat aan denken? Het doet mij denken aan Gods oordeel in Egypte, toen Mozes herhaaldelijk aan de farao vroeg om zijn volk, het Israëlitische volk, te laten gaan. Bij een sprinkhanenplaag denken wij snel aan Egypte, maar Israël is er zelf ook door getroffen! Voor ons, die in termen van welvaart, geluk en voorspoed denken, kan dit gek overkomen, maar het is de voltrekking van Gods oordeel waarvoor Hij in Deuteronomium heeft gewaarschuwd.

Het boek Joël verwijst uitdrukkelijk naar een ontzagwekkende gebeurtenis die alles overtreffend zal zijn. Gods oordeel over deze aarde is alles verwoestend; niet in de zin dat er niets meer overblijft, maar alles wat bij deze aarde met haar ongerechtigheid hoort, zal worden weggedaan. Het zal een dag zijn die ieders voorstellingsvermogen te boven gaat. Het is een Dag, ja dé Dag – de enige in de Bijbel – waarvan de vraag gesteld wordt:

“Wie zal hem kunnen verdragen?” (Joël 2:11)

Het is deze vraag, die Joël stelt. Vanmorgen hopen we met elkaar na te denken over het antwoord op deze vraag en dat wil ik doen aan de hand van de volgende vijf punten:

1. De genade van bekering (vers 12)
2. De betekenis van bekering (vers 12-13a)
3. De motivatie voor bekering (vers 13b-14)
4. De urgentie van bekering (vers 15-16)
5. De smeekbede van bekering (vers 17)

1. De genade van bekering (vers 12a)
Daar waar Joël in 2:11 de vraag stelt: “Wie kan de ontzagwekkende Dag van de HEERE verdragen?”, volgt God met het antwoord in vers 12:

“Ook nu echter, spreekt de HEERE…”

Ik wil hier twee dingen over zeggen:

A: Het valt op dat er staat: “Ook nu echter…” Dit wijst op een tegenstelling. Een tegenstelling tussen wat? Een tegenstelling tussen de wanhoop en uitzichtloosheid van vers 11 en de hoop die God vanaf vers 12 wil bieden! Er is nog de mogelijkheid om verlossing te ontvangen! Er is nog de mogelijkheid dat Gods oordeel zal worden afgewend!

B: Het is God Die Zelf een nieuwe wending in het verhaal brengt, want er staat: “Ook nu echter, spreekt de HEERE…”

Toepassing: Broeders en zusters, wát een hoopgevend gedeelte! Er is hoop! God biedt hier Zelf hoop! Hij nodigt ons genadig uit en wijst ons de weg om te kunnen ontkomen aan Zijn oordeel! De Heere is hier aan het woord; geen mens, maar God!

2. De betekenis van bekering (vers 12b-13a)
En deze genadige uitnodiging luidt als volgt:

“Bekeer u tot Mij met heel uw hart, namelijk met vasten, met geween en rouwklacht. En scheur uw hart, en niet uw kleren. Bekeer u tot de HEERE, uw God.”

Voordat ik ga uitdiepen wat het hart van bekering is, wil ik u dit voorleggen: is het niet veelzeggend dat God hier zegt: “Bekeer u tot de HEERE, uw God”? Zien wij wat hier gebeurt? Tegen wie zegt God dat zij moeten terugkeren tot Hem? Zijn volk! Hoe vaak bent u zich als gelovige, maar ook als gemeente, bewust van de voortdurende noodzaak van bekering? Is het niet wonderlijk dat God Zijn eigen volk moet terugroepen tot Zichzelf?
Broeders en zusters, bekering is absoluut noodzakelijk! En als voornaamste reden zou ik vers 12a willen noemen: God beveelt het ons! Bekering is géén optioneel onderdeel van het geloofsleven. Ik weet niet wat jouw beeld van bekering is, maar de profeet Joël schrijft het hier als goddelijk bevel op. En een goddelijk bevel mag nooit naast ons neergelegd worden. We leven in een tijd waarin bekering een onderwerp is, dat graag vermeden wordt. En als we eerlijk zijn, is dit altijd al een onderwerp geweest waar mensen met een grote boog omheen willen lopen. We willen vergeving, we willen geliefd zijn door God, we willen naar de hemel – maar het liefst zonder bekering!
Veel belijdende christenen staan te dringen om hun zegje te doen over wat en hoe precies iets in de gemeente moet gebeuren, maar ik kan u verzekeren dat één onderwerp zelden benoemd wordt: bekering en daarmee samenhangend de kerkelijke tucht. Een kerk is absoluut niet geloofwaardig op het moment dat zij gemeenteleden toestaat in de zonde te leven.

Wat houdt bekering dan precies in? Allereerst spreekt God ons hart aan. En in de Bijbel is het hart het centrum van de mens. Alles wat wij denken, zeggen en doen, komt voort uit het hart. En wanneer God zegt dat wij met heel ons hart tot Hem moeten gaan, dan houdt dit maar één ding in: Hij wil alles van ons! Om met de woorden van de Heere Jezus te spreken: “Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien” (Mattheus 5:8). God vraagt een volledig toegewijd hart van ons. Niet 60%, niet 80%, zelfs geen 99%, maar 100%! Maar wat hebben vasten en treuren hier nu mee te maken? Vasten en treuren zijn gepaste reacties op de aankondiging van Gods oordeel.
Gods Naam is gelasterd door toedoen van Zijn eigen volk!
Vasten is dan niet meer dan een gepaste reactie. Wees bewust bezig met zelfonderzoek. Ga bewust met je tijd om; zet tijd apart voor God. Ontzeg jezelf luxe als offer en blijk van toewijding; de liefde voor God moet boven alles gaan.
Bekering is méér dan morele verbetering. Bekering is niet het overgaan van slecht gedrag op fatsoenlijk gedrag. Bekering heeft alles te maken met je gezindheid, je verlangens en motivaties als mens! Daarom roept God Zijn volk ook op om niet hun kleren te scheuren – dat is een uiterlijk kenmerk van rouw in die tijd – maar het hart! Gods volk moet zich niet aan de buitenkant oppoetsen, maar er moet werkelijk spraken zijn van een inwendig verlangen naar God Zelf!
De boodschap van bekering is niet ouderwets; ook vandaag roept God de wereld én Zijn volk tot de orde en nodigt hen uit om zich tot Hem te keren, daar waar zij Hem verlaten hebben. Tijdens Zijn bediening riep ook de Heere Jezus op tot bekering.

Toepassing: Mijn vraag aan u deze morgen is: hebt u zich van harte gekeerd tot God? Hebt u al gehoor gegeven aan Zijn oproep om u te bekeren? En als u die oproep hebt gehoorzaamd, kenmerkt uw leven zich dan nog steeds door bekering? Blijft u tot God naderen? Blijft u tot Hem gaan? Of loopt u een enkele keer naar Hem toe, wanneer u het idee hebt dat er écht geen andere mogelijkheid meer is?

3. De motivatie voor bekering (vers 13b-14)
In vers 13b-14 lezen we de motivatie voor Gods volk om zich te bekeren:

“…want Hij is genadig en barmhartig, geduldig en rijk aan goedertierenheid, en Hij heeft berouw over het kwaad. Wie weet zal Hij Zich omkeren en berouw hebben, zodat Hij een zegen achter Zich overlaat: een graanoffer en een plengoffer voor de HEERE, uw God.”

Wat is hier de reden voor het volk om zich te bekeren? God Zelf! We zien hier God in Zijn genadige karakter voorgesteld worden. Hier zien we God in Zijn heerlijkheid, majesteit, Die Zich wil ontfermen over deze wereld. Het is dezelfde beschrijving van God, die we ook terugvinden in Exodus 34:6-7. Het is Gods goedheid die ons tot Hem wil trekken en het is Gods goedheid dat Hij bij Zijn volk wil wonen!
God voorziet Zelf in de zegen, zien we dat? Hij geeft de zegen aan Zijn volk, zodat Zijn volk toegewijd zal zijn aan Hem! Dat is hier het hele wonderlijke van vers 14.
Toch lijken we hier ook enige aarzeling te bespeuren, want er staat: “Wie weet zal Hij [God] Zich omkeren en berouw hebben…”
Gods berouw is geen beschrijving van een fout in Gods karakter. Er staat hier niet dat God onvoorzichtig of onvolmaakt is. Wat hier wordt gecommuniceerd, is Gods bereidheid om het oordeel in te trekken wanneer zijn volk zich oprecht tot Hem keert. Ook in het boek Jona lezen we deze woorden:

“Wie weet zal God Zich omkeren, berouw hebben en Zijn brandende toorn laten varen, zodat wij niet omkomen!”
(Jona 3:9)

Zie je dat? God roept op tot bekering met het oog op het naderende oordeel, en wanneer de oproep tot bekering – zoals in Ninevé – wordt gehoorzaamd, voltrekt God het aangekondigde oordeel niet. Zó goed, zó barmhartig, zó genadig en zó geduldig is God!

Toepassing: Broeders en zusters, mag ik u in alle eerlijkheid vragen of u Gods karakter oprecht als pleitgrond/motivatie aangrijpt wanneer u bidt om vergeving en verlossing? Of misbruikt u Gods karakter voor een goedkope verlossing en goedkope vergeving?
Weet u wat het verschil is? Als Gods karakter uw pleitgrond is om te bidden om vergeving en verlossing, dan zult u ervaren dat Zijn heerlijke, genadige karakter u aanzet om Hem weer met liefde te dienen, nadat u gezondigd hebt.
Als u echter misbruik maakt van Gods karakter, dan zegt u zonder enig oprecht berouw en spijt: “God zal het mij tóch wel vergeven, want zo is Hij!”
Beste mensen, we leven in een tijd waarin we (en óók de kerk) het besef van Gods oordeel als het ware verdrongen hebben. De genade is nog nooit zo te grabbel gegooid in het modder van de zonde als in onze tijd. Het lijkt wel of de kerk zich is gaan gedragen als Israël! Hoe dan? Door allerlei excuses te gebruiken om zelfs mensen, die in zonde leven en hier in volharden, als erfgenamen van het Nieuwe Verbond te erkennen; het is ongekend!
Broeders en zusters, Gods karakter is nooit, maar dan ook nooit een aanmoediging om in de zonde te blijven leven. Sterker nog: als u Gods karakter wilt gebruiken [of beter gezegd: misbruiken] als denkmantel om uw zonde te verdoezelen, laat u hiermee zien dat u Hem nog nooit werkelijk heeft gekend! Gods karakter is een stimulans om ons terug te brengen bij Hem, om bij Hem terug te komen!
Weet u wat u doet als u Gods karakter misbruikt om door te gaan met de zonde? U geeft deze boodschap af: “Wat een geweldige God heb ik, Die zó genadig is, zó barmhartig, zó rijk aan goedertierenheid, dat Hij mij steeds verder van Hem laat afdwalen…” Klopt deze zin, denkt u? Stel dat ik ruzie met mijn vrouw heb gehad, en ze zegt tegen mij: “Robert, ik vergeef het je”, zou ik dan reageren met: “Dat is fijn; dan gaan we de ruzie vanavond nog eens dunnetjes overdoen!”? Hoort dit mijn reactie te zijn? Absoluut niet!
Wat ik hiermee wil zeggen, broeders en zusters, is dat het ontzettend belangrijk is om de balans te bewaren tussen Gods genade en Gods heiligheid. Deze twee gaan altijd samen en het bewijs dat deze twee zaken in ons leven samengaan, is de bekering. We treuren om onze zonden, we zien in dat we God verdriet hebben gedaan, we beseffen wat het onze geliefde Heere Jezus heeft gekost om ons te verlossen en we verlangen ernaar dat het weer in orde is tussen Hem en ons. De bekering laat zien dat wij het echt in orde willen hebben met God. En ik vrees dat dit besef in een groot deel van de belijdende kerk – in ieder geval in het Westen – is verdwenen.
En weet u wat in dit vers ook zo bijzonder is? Het benoemen van “de zegen” – de zegen is hier een graanoffer en een plengoffer voor de HEERE. Als we terugbladeren naar hoofdstuk 1, zien we dat de sprinkhanenplaag de oogst heeft doen mislukken, waardoor ook de middelen, om deze offers te brengen, niet meer beschikbaar zijn.
Deze offers wijzen precies op de betekenis van bekering. Het is geen toeval dat juist deze offers genoemd worden! Zoals we al gezien hebben, vraagt God van ons dat wij ons gehele leven aan Hem toewijden. Niet een beetje, zelfs niet het grootste deel, maar alles. Heel ons hart wil Hij hebben. Het graanoffer en het plengoffer symboliseren de toewijding aan God.
Mist u het verlangen naar toewijding? Weet u wel dat u zich moet bekeren, maar ervaart u weerstand? Kijk dan naar Jezus Christus, Die Zichzelf heeft gegeven als offer voor onze ongerechtigheid! Als Jezus Christus, de genadige, barmhartige, geduldige en goede Verlosser u niet kan motiveren om de zonde uit uw leven te doen, wie of wat kan het dan wél?!

4. De urgentie van bekering (vers 15-16)
Dan, in vers 15-16, lezen we de urgentie om deze bekering gestalte te geven:

“Blaas de bazuin in Sion, kondig een vastentijd af, roep een bijzondere samenkomst bijeen. Verzamel het volk, heilig de gemeente, breng de oudsten bijeen, verzamel de kleine kinderen en de zuigelingen. Laat de bruidegom uit zijn binnenkamer gaan, de bruid uit haar slaapkamer.”

We zien hier dat het hele Verbondsvolk wordt opgeroepen zich als één man te verzamelen. Twee zaken vallen op:

A: Er wordt geen rekening gehouden met leeftijd; zowel oud als jong moeten aanwezig zijn
B: Er wordt geen rekening gehouden met de huidige omstandigheden; zelfs een geweldig bruiloftsfeest moet ervoor afgeblazen worden.

Als het aan ons gevraagd wordt, is er altijd een beter moment dan het nu voor bekering. We stellen het liever uit. Morgen komt beter uit. Of volgende week. Of volgend jaar. Of volgend wat dan ook…
De gepensioneerde zegt: “Laat mij nu toch lekker genieten van mijn oude dag, ik heb er veertig jaar voor gewerkt!” en de jongere zegt: “Laat mij toch lekker genieten van mijn jeugd; ik ben nu in de kracht van mijn leven en heb nog zoveel te ontdekken!” Het bruidspaar zegt: “Kan het alsjeblieft niet op een ander moment? Vandaag beloof ik trouw aan mijn grote liefde!”

Toepassing: Kerk, zie je de Dag van de HEERE nog naderen? Of heb jij je pinnen inmiddels zó vastgezet in de grond van deze wereld dat dit alles langs je heen gaat? Zijn er nog samenkomsten die worden gekenmerkt door bekering? Zijn er nog samenkomsten waarbij jong en oud aan één tafel zitten en open kaart spelen over wat er in het leven gebeurt?
Of geeft de Kerk van deze tijd totaal niet het gevoel dat de ontzagwekkende Dag van de HEERE komt? Op dit punt zijn er twee gevaren die de zonde ongemerkt laten woekeren: geslotenheid en uitsluiting. Broeders en zusters, ik hoop en bid dat deze gemeente hiervoor het juiste zicht mag blijven houden. Houd contact met elkaar, deel het geestelijk leven met elkaar, bid met elkaar en belijd uw zonden aan elkaar: als u deze zaadjes in de bodem van voortdurende bekering zaait, zal God hier doorheen voorzien in een geweldige, zegenrijke oogst.

5. De smeekbede van bekering (vers 17)
Tot slot zien we in vers 17 de concrete smeekbede of verwoording van bekering. We zien hier dat de geestelijk leiders het voortouw moeten nemen namens het volk – let op: het hele volk!

“Laten de priesters, de dienaren van de HEERE, wenen tussen de voorhal en het altaar, en laten zij zeggen: Ontzie Uw volk, HEERE, geef Uw erfelijk bezit niet over aan smaad, zodat de heidenvolken over hen zouden heersen. Waarom zouden ze onder de volken zeggen: Waar is hun God?”

We lezen dat de geestelijke leiders moeten treuren, rouwen tussen de voorhal en het altaar. Tussen de voorhal (of de zuilengang) en het altaar bevond zich in de tempel de gebedsplaats. God roept deze leiders dus om tot Hem te komen, in de tempel, en in het gebed. En ze krijgen de opdracht om – opnieuw! – te pleiten op Gods trouw. Ze moeten bidden dat God het oordeel aan Zijn volk voorbij laat gaan. Opnieuw zien we hier dat God de reden voor het gebed is. Het gaat hier niet zozeer om het belang van het volk, maar nog veel uitdrukkelijker om de eer van God Zelf! Als dít gebed niet verhoord wordt, maakt God Zijn Naam belachelijk voor het oog van de hele wereld.

Toepassing: In deze tijd moet de Kerk zichzelf nadrukkelijk de vraag stellen: Is er hoop voor dit volk, is er hoop voor dit land, is er hoop voor deze wereld? Er is hoop, maar niet op de manier zoals de wereld verwacht. Gemeente, de Kerk heeft hoop en niet alleen dat – deze hoop is de profetische stem van de Kerk!
De Gemeente van Jezus Christus heeft een ontzagwekkend profetische taak en God zal Zijn Kerk confronteren op het moment dat zij die roeping verzaakt. De Kerk mag nooit indutten. Zij mag zich nooit rijk rekenen in deze wereld. Zij mag zich niet inbeelden dat zij hier veilig is. Onze rijkdom zal ten volle geopenbaard worden wanneer Christus verschijnt. Onze eeuwige veiligheid zal werkelijk ervaren worden wanneer Christus terugkomt. De Kerk mag nooit een club zijn die zijn eigen rechtvaardiging zit te vieren; de Kerk moet Gods gerechtigheid, Gods heiligheid, Gods goedheid en Gods trouw weerspiegelen. En wanneer zij hierin faalt, zal God haar corrigeren.
Hoe dwaas is het wanneer de geestelijk leiders zonde binnen de gemeente of tolereert! Schuldbelijdenis en eensgezind smeken dat God het oordeel aan ons voorbij laat gaan is een meer gepaste houding. Gods Naam, Gods eer en geloofwaardigheid staan op het spel! En als de wereld God niet terugziet in de Kerk, het instrument dat God heeft gegeven tot een licht en hoop voor de volken, hoe zal deze wereld zich dan ooit tot deze genadige, barmhartige en rechtvaardige God keren? De bekering van de wereld begint bij de bekering van de Kerk.
Vindt u het moeilijk om te bidden voor de kerk – de kerk die in deze tijd zo voor een aanzienlijk deel afglijdt en in verval is?
Dan wil ik u opnieuw uitnodigen om te kijken naar de Priester, onze Hogepriester: Jezus Christus. Hij bidt voor Zijn Kerk. Iedere dag. Onophoudelijk. Hij bidt voor u, en Hij bidt voor mij. Zodat wij dag aan dag de genade mogen ontvangen om voor de eer van God te leven en om ons bewogen te maken met de huidige toestand van kerk en maatschappij. Want:

“De Heer regeert! Zijn Koninkrijk staat vast,
zijn heerschappij omvat de loop der tijden;
een sterke hand, die nooit heeft misgetast,
blijft met het heilig zwaard des Geestes strijden;
en d' adem zijner lippen overmant
de tegenstand.”

Onthoud deze les: de aankondiging van het oordeel maakt bekering noodzakelijk en de bekering is altijd de weg naar het herstel, een nieuw leven met God.

Moge God Zelf ons zo een herleving schenken!

Amen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen

Reageren? Plaats hier uw vraag en/of opmerking.

Blogarchief